Zalig toch, zo'n stevig bosspel. Met een paar kleine tips doe je dit zonder het bos en zijn bewoners te schaden!
Leventjes knip je uit stevig karton of uit een oud laken. Die vind je na het bosspel gemakkelijker terug dan flinterdunne papierstrookjes.
Bevestig opdrachten, hints en wegwijzers met touw aan de bomen. Zo beschadig je ze niet. Gebruik zeker geen nagels of nietjes.
Vanwege het brandgevaar zijn vuurtjes, brandende fakkels, kaarsen en sigaretten geen goed idee.
Sommige dieren die in het bos leven, worden in het donker actief en trekken op jacht. Beroof hen niet van hun middernachtmaal met lange, scherpe fluitsignalen, flitsende zaklampen, kreten, gezang, gefluit, fakkels, kaarsen en bestormingen.
Wat dacht je van een bosspel bij volle maan? Dan heb je niet persé zaklampen nodig en je beleeft de stilte van de nacht nog intenser. Een roepende uil, geritsel in het struikgewas, een fladderende vleermuis, ... maken je spel zoveel boeiender.
Als je hevige 'loopspelen' organiseert, beperk je je best tot de boswegen, tot 'open' bossen of tot open plekken in bossen. Je zou kunnen vallen, want het 'kreupelhout' heeft zijn naam niet gestolen. Een naaldbos heeft meestal minder ondergroei dan een loofbos. Ook onder oude beuken heb je veel vrije ruimte.